’s Avonds na mijn werk heb ik je opgehaald bij het asiel. Je was moederziel alleen gevonden. Misschien zou je een leuk vriendje voor Frutseltje zijn, dat had ik gehoopt. Toen ik je thuis uit de vervoersbox haalde, schrok ik. Jeetje, wat was je mager! En omdat je behandeld was met anti-vlooienspray zag je vacht er ook nog eens vreselijk uit.Toen ik je op de grond van de kattenkamer zette, deed je wankelend een paar stapjes. Maar van de brokjes die ik je aanbood nam je gretige happen. Misschien valt het dan toch nog mee, dacht ik. Na het eten ging je ineengedoken naast het brokjesbakje zitten, met je kopje tegen het bakje geleund. Daar zat je na een tijdje nog. Ik heb je toen maar in een mandje gelegd en heb je toegedekt.


De volgende morgen zag ik je nog in hetzelfde mandje liggen en vreesde het ergste. Maar als ik goed keek, zag ik dat je nog ademhaalde. Je lag in je eigen uitwerpselen en voelde heel koud aan. Je reageerde ook niet echt meer, alleen nog wat reflexen. Ik probeerde je nog te temperaturen, maar de thermometer reageerde al niet meer. In een handdoek gewikkeld heb ik je op schoot genomen. Je ademhaling werd steeds minder zichtbaar, maar je hartje was sterk. Ook toen ik je weer naar het asiel bracht, was, als je goed keek, je ademhaling nog zichtbaar. Daar zouden ze met je naar de dierenarts gaan. Die zou je, indien dat nog nodig was, helpen om alle ellende achter je te laten.
Lieve Scruffie.
Je bent in ieder geval niet naamloos gestorven. Als je een week eerder was gevonden, dan had je waarschijnlijk nog een kans gehad. Nu was de strijd te ongelijk. Ik ben heel erg blij dat ik je nog heel even gekend heb. Dag moppie, een goede reis naar de Regenboogbrug.
Wilma