Op de foto is Janus te zien. Mijn huisgenoot en een enorme pantoffelheld. Ik kan
hem dus goed de baas. Tot we hier kwamen wonen. Zoals u weet, ben ik de eerste
weken niet naar buiten geweest. Ik moest nog overal van bijkomen en was danig
verzwakt door het afvallen. Deze Janus ging wel de hort op toen we weer naar
buiten mochten. En hij vond het helemaal geweldig. Hij bleef naar binnen en
naar buiten klepperen met spannende verhalen. Nou, hij deed maar. Ik was te zwak,
slap, ziek en zielig. Ik bleef wel voor het raam zitten. Maar toen ging ook die
Dove Witte naar buiten. En die afgekeurde (schijn-)heilige birmaan Lotje ging ook
af en toe buiten spelen. Het toppunt was wel dat die Janus mee ging een rondje
lopen met de blafferts uit laten. Dat deed hij vroeger ook wel eens. Maar nu zat
hij al bij de deur klaar als het de tijd was om te lopen. En toen had ik er
ineens genoeg van. Wat gebeurde hier allemaal?? Die Janus had het voor elkaar om
ook op bed te mogen slapen zo af en toe. Terwijl dat eerst alleen voor mij
bedoeld was. Dus schoot ik een week geleden 's avonds mee de deur uit om de
blafferts uit te laten. Het was ijskoud en regende pijpestelen!! Die slapJanus
vond het te koud om naar buiten te gaan. En daar had hij wel een punt eigenlijk.
Maar goed, ik kon niet meer terug want mijn mens liep gewoon door met de
blafferts. Ik ben dus met de moed der wanhoop er achteraan gerend want het was
best eng. Ik heb er niet veel van mee gekregen die eerste keer. En POEH, wat was
ik blij dat we weer veilig binnen in huis waren.
Maar goed, dat is nu verleden tijd. Ik ga nu naar buiten wanneer ik
er zin heb. Mijn eerste vechtpartij zit er alweer op. Want er schijnen er een paar
in de buurt te denken dat ze de baas zijn omdat ze hier al langer wonen. Nou dan
kennen ze Bram the Man nog niet. Dat wordt wel lachen als het beter weer wordt. Dan
moet ik een voor- en een achtertuin bewaken. Tot nu gaat dat nog wel, want de
buurtgenoten zitten nog veel binnen met de kou. Er stond er laatst wel 1 aan de
achterdeur. En mijn mens stond nog met hem te slijmen ook. Iets van: 'Wat heb je
een lief bekkie'. Het moet toch niet gekker worden zeg. Dat zal nog wat worden
als we kattenluik krijgen. Dat soort figuren deinzen er niet voor terug om naar
binnen te komen misschien.
Het wordt dus hoog tijd dat ik mezelf weer in een goede geestelijke
en lichamelijke conditie krijg. Want er is veel werk aan de winkel in dit
buurtje. Ik hoef er niet op te rekenen dat ik hier lekkere happen van een
buurvrouw krijg. Een buurvrouw heeft zo'n vogelvoerhuisje in de tuin. Dat ruikt
interessant. Maar de buurvrouw geeft tikken tegen het raam als ik dat wil
onderzoeken. Ze wil dat niet hebben. Het zit er dus niet in dat ik daar wat kan
bietsen, denk ik.
En terwijl ik dit allemaal dicteerde ging ineens de bel. Er kwam
een hele grote vent binnen om over de tuin opknappen te praten. Nou, er werden
heel wat plannen gemaakt zo te horen. Gaat weer alles veranderen!! Mooie boel
zeg!!
Ik was er zo van geschrokken dat ik achter de bank was gaan
zitten. Nee, ik ben niet labiel. Ik ben emotioneel flexibel. En ik ben ook geen pantoffelheld zoals die Janus. Ik ben gewoon nog
wat uit mijn doen van alles denk ik. Maaaar, ik ben weer veel buiten. Dus on the
road again!!
Bram
























