zondag 12 februari 2012

Vergelijkend warenonderzoek

Nepeta cataria op 12 februari 2012 om 14.59 uur:


Nepeta faassenii op 12 februari 2012 om 14.59 uur:




Katja

vrijdag 10 februari 2012

Update zwerver

Vanochtend heb ik hem verzorgd in het asiel. Hij was in eerste instantie erg op zijn hoede, maar kwam wel meteen naar voren voor zijn eten. Hij had netjes op de bak geplast en later zag ik hem dat nog een keer doen, dus daar was ik al helemaal blij over.
Totdat ik als eerste onderstaande foto maakte.

Ik vond al dat hij zo lekker stil bleef zitten voor de foto, tot ik achteraf ontdekte dat hij zat te poepen, pontificaal midden op zijn kleedje...  Nou ja, klein uitglijdertje hopenlijk. Misschien was het de eerst keer dat hij in gevangenschap moest poepen.  
Nadat hij zijn brokjes op had en ook nog een heleboel snoepjes kon ik hem lekker op zijn kopje kroelen en aaien en hij gaf een heleboel kopjes. Ondertussen stond ik op een krukje voor zijn kennel en leunde helemaal naar binnen en hield met mijn vrije hand het hekje zo goed mogelijk een beetje achter mij dicht. Want het schijnt dat, toen ze hem in het hokje moesten doen toen hij gebracht was, ze een hele tijd bezig zijn geweest hem in de quarantaineruimte te vangen, omdat hij uit de carrier ontsnapte voordat ze hem goed vast hadden. Ook hier sprong hij meters tegen de muren op van angst.  Dus het leek me niet slim om hem nu er uit te laten (tamme katten mogen er meestal even uit tijdens de verzorging). Vlak voordat ik met hem klaar was begon hij ook al ernstige pogingen te doen om langs mij heen te glippen, dus toen heb ik helaas het hekje voor zijn neus moeten sluiten.

Later op de ochtend (toen ik een hond aan het uitlaten was) is hij bij de dierenarts geweest. Dus het is een van de kattenverzorgsters gelukt om hem te vangen en in bedwang te houden.  De dierenarts heeft hem geschat op 1,5 jaar, dus helemaal nog niet oud. Dat die achterkant er zo 'oud' uitziet komt door zijn 'magerte' en hij is ook wat kaal. Dat kan van de vlooien zijn of misschien van ondervoeding. Voorlopig ziet hij er verder gezond uit en is het even wachten of hij goed bijkomt nu hij genoeg te eten krijgt, of dat er eventueel meer aan de hand is.
De komende twee weken moet afgewacht worden of er toch nog een baasje op komt dagen. Dan wordt hij gecastreerd en mag hij geplaatst worden. Dus voorlopig nu ook even een paar weken de tijd om te zien hoe hij is, en of hij misschien minder gestrest wordt als hij wat meer gewend is. 

Katja

woensdag 8 februari 2012

Arme sloeber afgevoerd naar asiel...

Vanmiddag om een uur of half vier zag ik in het plantsoen achter mijn tuin een kat langslopen die ik nog niet eerder hier in de buurt zag. Hij was erg mager en liep snel, maar met nogal wankele pasjes. Zo'n mager beestje dat met deze kou rondzwerft, trekt natuurlijk meteen mijn aandacht en ik schoot mijn jas en slippers aan om via de voordeur te gaan kijken of ik het beestje nog ergens kon ontdekken.
Tot mijn verbazing kwam hij aan de voorkant net de hoek omlopen en dus riep ik hem en hij spurtte met een vaartje naar mij toe. Ik ging snel naar binnen om de bus met een restant brokjes te halen die nog in mijn keuken stond, en gooide wat brokjes op de stoep die hij met een noodgang naar binnen schrokte. Toen ik het maatbekertje even opzij wilde leggen om beter bij de brokjes te kunnen, griste hij dit lege bekertje uit mijn hand en rende er mee vandoor het plantsoen in tegenover mijn huis. Hij liep wel twintig meter ver voordat hij even ging zitten om er vervolgens achter te komen dat je plastic bekertjes niet kan eten. Ik riep hem weer en hij rende weer op mij af. Hij kreeg nog wat brokjes van me. Omdat het mij handiger leek om hem verder in de tuin nog wat te geven, lokte ik hem mee naar binnen en naar de tuindeur, waar ik hem op mijn plaatsje nog wat wilde geven. Helaas kwam zodra ik de deur opendeed en wat voer buiten stooide, Jip de buurtkat ook enthousiast aanrennen en die joeg de arme sloeber meteen weg. Waarop ik Jip wegjoeg en de zwerver weer naar binnen lokte.

Ik had nog wat krachtvoer staan van Faf en heb hem daar wat van gegeven. Hij begon daar zo wild van te eten dat het bakje over mijn kleed ging, maar vervolgens likte hij alle smurrie daar weer vanaf.
Ik vond dat hij voorlopig genoeg gegeten had en bedacht me dat ik hem niet zomaar weer de kou in kon zetten. Hij was duidelijk én ongecastreerd én uitgehongerd, dus de combinatie leek mij toch duidelijk op een zwerfkat te wijzen (ik neem tenminste aan dat mensen die 'baasje' zijn van een bewust-ongecastreerde kater ervoor zorgen dat het beest niet omkomt van de honger).
Dus heb ik met het asiel gebeld om te overleggen wat ik zou doen en daar zeiden ze "natuurlijk niet meer naar buiten zetten, laat hem maar ophalen door de dierenambulance en hier naar toe brengen" (omdat ik geen auto heb, anders had ik hem natuurlijk zelf kunnen brengen). Dus de dierenambulance gebeld, daar zei men dat het wel even kon duren, want zij hadden het met dit weer razend druk (zwanen uit het ijs halen enzo hoorde ik later).
Gelukkig was de kater zo lief om niet te gaan sproeien. Hij liep wel de hele tijd ongedurig heen en weer, maar gaf ook veel kopjes en liet zich aaien. Na een uurtje heb ik hem nog wat te eten gegeven en hij heeft ook wat water gedronken.

Ongeveer anderhalf uur na het telefoontje belden de mensen van de dierenambulance aan. Een vrouw en een jongeman, allebei in neongele jassen, kwamen binnen, met een kooitje en een paar leren handschoenen. Op het moment dat de kat hen zag ging hij volledig over de rooie van angst en begon metershoog tegen de muren en de ramen op te springen. Nadat hij in een waterbak die op de vensterbank stond was gesprongen en in de gordijnen probeerde te klimmen, verstopte hij zich onder de bank. De mensen van de dierenambulance besloten hun angstaanjagende jassen uit te doen en de jongen zorgde met een lange lineaal van mij dat de kat weer onder de bank vandaan kroop. Vervolgens schoot het arme beest de keuken in (helaas geen deur) en klom in het gordijntje dat daar boven de vensterbank hangt, waarbij er ook weer vanalles op de grond viel (gelukkig geen glazen vazen die daar ook stonden...). Terwijl de jongen toch maar het vangnet uit het busje ging halen, sprak de vrouw de kat - die nu tussen de afwas op het aanrecht zat - sussend toe en kon hem zo dicht naderen dat ze hem voorzichtig kon aaien. Op het moment dat de jongen terugkwam greep zij de kat (zonder handschoenen!) in zijn nekvel en stopten ze hem samen in het kooitje. Daarna werd er een deken over de kooi gehangen om het beestje wat tot rust te laten komen en hebben ze hem meegenomen naar het asiel.
Ik ben benieuwd hoe hij het verdraagt om in een kooitje te zitten in het asiel. In ieder geval krijgt hij nu te eten en is hij uit de kou. Het is denk ik een beetje afhankelijk van hoe hij het kooitje verdraagt, of ze hem misschien 'terugzetten' als hij gecastreerd is, of dat hij misschien ergens zijn eigen huis en eigen mensen kan krijgen.  Ik kijk het even aan wat de 'ontwikkelingen' zijn, of het misschien een kat zou zijn die bij mij zou kunnen wonen of dat hij teveel zwerversinstinct daarvoor heeft.

Dit is misschien een beetje chaotisch verhaal, maar ik zit nog helemaal vol 'adrenaline' van de toestanden tijdens het vangen van de kat in mijn huis. Zo zielig hoe bang hij was toen hij opgehaald werd. Volgens de mevrouw van de dierenambulance was het al een oud beestje. Zo vond ik zijn kalige, magere achterkant er ook uitzien, maar zijn koppie leek nog vrij jong. Dus of hij is inderdaad al bejaard, of hij is zo ondervoed of ziek dat hij daarom zo'n krakkemikkig uiterlijk had.

Katja

donderdag 2 februari 2012

Thijs zoekt huis

Thijs, de rode kater zoekt een nieuw gouden mandje. Hij is ongeveer 6 jaar en graag buiten.
Hij is nu al tijdje veel in mijn tuin en slaapt af en toe in mijn fietsmandje dat aan het stuur hangt. Het baasje, Simone, heeft geen kattenluikje (mag niet van de huisbaas) en doordat zij hele dagen werkt, is het voor Thijs niet prettig om niet te kunnen kiezen of hij binnen of buiten wil zijn. En daarom wil hij niet meer bij haar wonen. Ze moet hem ophalen in kattenmand en zodra hij de kans krijgt, ontsnapt hij naar buiten en laat zich niet meer zien.

Binnen is hij superlief weet ik van het baasje. En ik merk ook nu hij mij wat langer kent, dat hij heel aanhankelijk is en graag kopjes geeft en ondertussen allerlei soorten miauwtjes laat horen. Heel erg leuk en aandoenlijk. Ik kan hem echt niet erbij hebben, aangezien ik al twee katers heb en die moeten hem helemaal niet. Mijn Mickey durft zelfs niet meer achterom door het luikje te komen als Thijs in de tuin is.

En buiten is hij echt het mannetje, zoals veel katten: binnen erg lief en buiten een dondersteen.

Ik hoorde van Simone dat ze binnenkort gaat verhuizen en een appartement heeft gekocht op de vierde etage. En dat betekent dat Thijs helemaal niet meer naar buiten zou kunnen... Dat is geen optie natuurlijk.
 
Wie wil deze prachtige en lieve kanjer?? Ik hoop van harte dat hij een gouden mandje vindt bij lief baasje die zijn/haar best doet om Thijs een aangenaam leven te geven.
 
Hier wat informatie die Simone over Thijs gaf:
 
Thijs is een jaar of zes. Kwam vier jaar geleden zomaar aangelopen bij een vriendin en heeft daar een week voor de deur gezeten. Op zoek gegaan naar zijn baasje, maar niemand die hem als vermist had opgegeven. Dus had ik 'm in huis genomen. In het begin moesten we erg aan elkaar wennen en elkaar een beetje leren kennen. Want Thijs heeft wel een gebruiksaanwijzing. Zo kan je hem bijvoorbeeld niet op zijn buik aaien, want dan haalt hij uit en goed ook. Maar als je dat eenmaal weet is het de liefste kat die je je maar kan wensen! Erg aanhankelijk en vindt het heerlijk om schoot te zitten. Hij is gek op brokjes, maar het liefst eet hij whiskas maaltijdzakjes. Ook snoept hij weleens van mijn chocoladetoetje mee. Vindt hij lekker!
Thijs gaat graag naar buiten en wil dan ook graag laten zien dat hij de baas is. Hij gaat helaas niet zo goed met andere katjes samen.
Al met al een superlief beest, dat graag alle aandacht opeist!
 
Jacq.
 

zondag 29 januari 2012

Een dief in de nacht

De eerste dag van mijn ziekbed had ik medicijnen nodig, maar ik kon natuurlijk niet lopen. Dus had ik mevrouw Katblad gevraagd of zij de medicijnen voor me wilde ophalen. Behalve de medicijnen bracht zij ook een overheerlijk stuk bijzondere oude kaas mee. Ik heb er dagen mee gedaan, iedere dag wat fliebertjes (of brokjes beter gezegd, fliebertjes snijden van zo een brokkelkaas gaat niet). Ik had een keer de kaas vergeten op te ruimen, maar omdat bewegen nog erg moeilijk was liet ik het er maar bij. Mijn katten lusten toch geen kaas en zekere geen oude. Midden in de nacht werd ik echter wakker en ik dacht bij mezelf: “wat hoor ik toch een raar gerasp?”. Het bleek Ceesje te zijn, die opeens kaas wel lekker vond. Ze zat met smaak de kaas af te raspen. Helaas voor haar heb ik het afgepakt, een stukje bijgesneden en opgeruimd. Maar de volgende dagen heeft ze wel telkens een brokje gekregen.



















Hans


donderdag 26 januari 2012

Hoe dwarsboom je iemand?

Ik heb weer eens een paar weken plat gelegen met een zware jicht aanval. Aangezien traplopen dan onmogelijk is, slaap ik op de bank in de woonkamer. Bijkomend voordeel is dat ik daar mijn laptop en mijn TV heb. Bij de vorige aanval (minder erg dan deze) had ik heel veel hulp van de katten. Traden de poezen toen op als therapeuten in de vermaarde ‘Poezendiecks podotherapie’ maatschap, deze keer wisten ze me, vooral in de eerste week, met zichtbaar genoegen te dwarsbomen, zoveel ze maar konden. Vooral Poema spande de kroon.

De dagen dat ik niet overeind kon komen dacht ik "Ik ga lekker schaatsen kijken, o.a. EK allround" Niks daarvan. Mijnheer gaat pontificaal op de laptop zitten om langdurig aan zijn persoonlijke hygiëne te werken.

"Zit ik in je beeld, baasje? Nou, pech gehad dan". Dus me maar met letterlijk pijn en moeite opgericht om Poema weg te jagen, die met frisse tegenzin wegging.












Eergisterennacht kon ik niet slapen, waarschijnlijk omdat ik al zo verschrikkelijk veel geslapen heb dat het niet meer zo hard nodig is. Dat betekent nu Australian Open kijken op Eurosport. Op de tweede foto ziet u hoe dat gaat.

Een groot zwart silhouet tussen mij en de TV, dat bij het maken van een foto met flits blijkt te besaan uit een wel voldane Poema, die opgeschrikt door de flits keihard miauw schreeuwt. Dat betekent: "Eten, en snel een beetje!". Nou is het mijn beurt (met dwarsbomen): "Mooi niet om 4 uur ‘s nachts!!!".
Maar even later besluit Poema zijn vertrouwde plekje op te zoeken om me vergenoegd gade te slaan, dat maakt alles weer goed.


Hans

zondag 22 januari 2012

Afscheid van Faffie...






-----  8 november 1993 - 18 januari 2012 -----

Ach jochie toch,
de afgelopen dagen heb ik al je oude foto's nog eens bekeken (op de computer en in mijn fotoboeken).

Mannetje met je grappige haar achter je oren, zo ontzettend zacht, zo lief, zo mooi!







Ik was er zelf nog helemaal niet aan toe, maar ik moest je wel laten gaan. 
Je was al zo vaak ziek geweest en er weer bovenop gekomen. Daarom wilde ik in eerste instantie niet geloven dat het dit keer anders was. Maar je at bijna niet meer, omdat je je juist nog beroerder voelde als je wel at. Dat was een verschil met andere keren: ik heb je vroeger verschillende keren 'gedwangvoederd', omdat ik wist dat je je dan beter ging voelen en weer zelf ging eten. Maar nu was je zo moe; het enige moment van de dag waarop je je beter leek te voelen, was 's morgens vroeg (wanneer je de hele nacht niets had gegeten, want je at immers alleen nog wat wanneer ik wat vlak voor je neerzette). 's Morgens kwam je dan bij mij op het dekbed staan 'stampen' en snorde en genoot van het aaien, het kon je niet lang genoeg duren. Maar stond ik eenmaal op en maakte ik wat te eten voor je, dan nam je een paar likjes, at een paar snoepjes en lag de rest van de dag in je mandje of zat op de vensterbank vlak boven de verwarming (waarschijnlijk kon je jezelf ook niet meer goed warmhouden). Uiteindelijk drong het tot me door dat als ik jou pijnloos wilde laten inslapen, ik natuurlijk niet zou moeten wachten tot je duidelijk 'leed', dan zou ik te laat zijn met mijn beslissing. In feite had ik het misschien nu al te lang met je aangezien. Dat spijt me, maar ik kon niet anders. In ieder geval heb je nu geen pijn meer. Ik mis je ontzettend.

Katja

(Even voor de duidelijkheid: ik heb niet de illusie dat ik dit echt 'aan Faffie' heb geschreven en dat ik op deze manier nog contact met hem heb. Het is meer een vorm die ik gevonden heb om mijn gedachten en gevoelens omtrent zijn dood voor mezelf en jullie lezers onder woorden te brengen. Dus a.h.w. kom ik wel in contact met mijn eigen gevoelens voor/over Faf op deze manier).

dinsdag 17 januari 2012

Nog wat laatste fotootjes van Mike

Nog wat laatste fotootjes van Mike aka Draakje:

Scarface!
Lekker Boy aan het uitdagen.
En ja hoor, die is wel weer in voor een stoeipartijtje.



Eén van zijn favoriete bezigheden: op mijn schouder zitten.
Of zou hij studeren voor papegaai?!




















Vind je mij niet ontzettend liehief?
Wat doe jij nou toch allemaal met dat ding?



















De operatie is goed gegaan. Zijn neusje was helemaal schoon, dus geen poliepjes gevonden. Inmiddels is hij helemaal gezond verklaard en is zaterdag verhuisd naar zijn gouden mandje.
Groetjes,
Wilma

dinsdag 10 januari 2012

De katten van Nathalie

Beste mevrouw Katblad,
je vroeg om foto's van de kittens, dus ik kan het beste even de rest van de
katten voorstellen:

Arthur, mijn ziele maatje! Is 5 weken ouder dan Rose en geboren op 2 mei
2010. Ik heb hem gekregen via Dierenasiel Stevenshage en ben helemaal gelukkig met hem. Onze grootste hobby is om samen door de wijk te lopen (Koppelstein). Net als jij met je haarfabrieken :-).
Mimi, is één van onze Noorse boskatten en is 15 mei 2011 geboren. Zij is ons prinsesje! Een hele mooie, zelfstandige poes en hele goede vriendjes met....
Momo, ons andere Noorse boskat kitten. Momo is 5 weken jonger dan Mimi en komt ook uit een ander nest. Hij kan heel goed met Mimi spelen, maar het ultieme genot van Momo is om door Rose gewassen te worden :-).
Mimi en Momo
Rose samen met Arthur
Nathalie

Nieuws van Mike


De Kerstgroet van Mike.
  
Met z'n allen aan het Kerstdiner.
Mike tezamen met stoeimaatje Boy.
Mike heeft de werking van het kattenluik ontdekt en verkent de ren.
Mike groeit als kool en is inmiddels de drie-kilo-grens gepasseerd.
Omdat zijn neusje hem parten blijft spelen,
wordt over een paar dagen bekeken of hij misschien
een poliepje in zijn neus heeft.
Omdat hij daarvoor onder narcose moet wordt hij gelijk gecastreerd.
























Wilma

zaterdag 7 januari 2012

Verzoeknummer van mevrouw Katblad

Het gaat de laatste week niet zo goed met Faffie:

Hij eet bijna niet en lijkt vaak misselijk. Daarom gisteren toch maar met hem naar de dierenarts geweest (had het afgewacht omdat hij al achttien is en ik ook eigenlijk niet teveel polonaise meer aan zijn lijf wil als het gewoon de ouderdom zou zijn. Maar ja, ouderdom gaat misschien wel gepaard met minder eetlust, maar natuurlijk niet met misselijkheid...)
Dus is er gisteren toch bloed geprikt om te proberen de oorzaak van de misselijkheid te achterhalen. Daarnaast heeft Faffie een onderhuids infuus gehad omdat hij licht uitgedroogd was. Ik omschreef de gevolgen van dat infuus aan mevrouw Katblad als 'een "zwabber" met vocht onderaan zijn borstkas' en haar verzoek was om daar eens een foto van te maken met een verhaaltje er bij. Bij deze dus.

Toen we net terug waren van de dierenarts zag Faffie er een beetje uit als een zeboe, met zo'n zwabberende lel tussen zijn voorpoten.

De vloeistof (ca. 200 ml) was trouwens ergens op zijn rug erin gespoten, maar gaat op zoek naar het laagste punt.
Later, toen ik foto's ging maken voor dit stukje was de vloeistof nog lager gezakt en hing toen ergens tussen zijn achterpoten.

 
Jullie denken misschien 'ja, zo'n hangbuik hebben alle (gecastreerde) katten toch', maar kijk dan maar eens naar het volgende plaatje dat ik vandaag maakte, toen de vloeistof blijkbaar in zijn lichaam opgenomen was.

De 'zwabberende' lel is duidelijk verdwenen.
Gisteren, eigenlijk al voordat hij naar de dierenarts ging, had Faffie een betere dag, waarop hij verschillende keren een beetje blikvoer (A/D) aangelengd met water opgeslobberd heeft, maar vandaag is het eigenlijk weer 'pet', ondanks dat hij ook een tabletje tegen misselijkheid heeft gehad. Maandag kan ik bellen voor de uitslag van het bloedonderzoek...

Katja

donderdag 5 januari 2012

Rose

Dit verhaal begint op de ochtend van 2 november. Ik word wakker en ik vraag me af waar Rose is. Rose ligt ʻs morgens altijd op mijn dekbed tegen mijn benen aan. ʻs Nachts was ze nog bij me geweest en zoals zo vaak, was ze rond het ochtendgloren even naar buiten gegaan en gewoonlijk komt ze dan na zonsopgang weer terug om lekker tegen mijn benen verder te slapen tot ik ook wakker word. Niet deze ochtend… Een knagend gevoel, ze zou toch niet?... Later in de ochtend geen Rose. Begin van de middag nog steeds geen Rose... Het knagende gevoel werd wanhoop. Rose vermist! Niet goed ! En ik had ook geen contact met haar...

Rose is een hele mooie zwarte Europese korthaar en ze is geboren in juni 2010 op een boerderij. Ze is mijn zielemaatje en reist met mij mee op en neer van Friesland naar Leiden, waar mijn goede vriendin Nathalie woont. Rose is helemaal aan het reizen gewend en gaat in de auto lekker liggen slapen op de bijrijdersstoel, veilig in haar eigen tuigje. De wijk waar Nathalie woont is een ideale kattenbuurt, veel struiken, tuintjes en bomen, allemaal ideale verstop- en speelplekjes.


Het is een autoluwe wijk in tegenstelling tot de buurt van mijn huis in Friesland waar ik aan de rand van een dorp woon langs een drukke doorgaande weg. Geen wonder dat Rose graag mee gaat naar Leiden, daar kan ze lekker buiten spelen met Arthur, de kater van Nathalie.

Rose heeft zich in het verleden twee keer in de nesten gewerkt. De eerste keer zat ze opgesloten in een garagebox, waarvan de eigenaar een dakraampje open had laten staan. De tweede keer was ze ingesloten in een fietsenberging. Beiden keren had ik een goed gedachtencontact met haar. Toen ze langer dan normaal weg bleef riep ik haar in gedachten en vertelde ze me dat het “even een probleem was” om te komen. Ik kreeg van haar beelden dat ze in een donkere ruimte zat opgesloten. Maar dit keer was het heel anders. Geen contact, alleen maar het heel korte: “Ik kom terug.” Voor de zekerheid toch maar de garageboxen en fietsbergplaatsen langs, geen Rose… De realiteit begint tot me door te dringen: “Neeeeee, Rose is vermist”. Wat doe je dan? Ik ben zelf een doener, die niet bij de pakken neer gaat zitten en je doet dan als mens alles wat je kunt doen als je geliefde zielemaatje vermist is: posters maken en door de hele wijk ophangen, Rose als vermist opgeven bij de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren en de andere instanties die vermiste huisdieren registreren. Belangrijk, laat je dier chippen! Later in het verhaal lees je waarom. Daarna begint het wachten, het lange afgrijselijke wachten…
Het wachten is het ergste, je weet niet waar je geliefde kat is en of je haar ooit terug ziet. Ik had alleen het “Rose komt terug” waar ik me op kon richten. Maar wanneer en hoe, geen idee. Kort of lang? Als Rose of in een nieuwe incarnatie als kitten? Allemaal onzeker.
Toen Rose in haar vorige incarnatie bij me was en Pépé heette, ook als hele mooie zwarte Europese korthaar, is ze meer dan negen maanden vermist geweest, dat is een hele lange periode om te wachten. Toen wist ik gelukkig zeker dat ze weer terug zou komen, maar dat ik een lange periode geduld zou moeten hebben. Nu wist ik veel minder en raakte het me, omdat we een nog diepere band hebben dan toen. Ik heb me begraven in wat computerwerk om toch iets te doen te hebben, maar mijn gevoel was dood en afgesloten. Rose vermist, iets wat eigenlijk gewoon niet kan, maar toch gebeurd is…

Acht dagen later, ik zit met Nathalie in de auto en we rijden net terug van de “Badmeester”, het restaurantje op de duinen bij de Wassenaarse Slag. Het is rond zeven uur, mijn mobiele telefoon gaat over. Ik zet mijn auto aan de kant en neem op. “Hallo? Ja, we hebben uw kat gevonden” Eerst ongeloof, dan snel m'n opschrijfboekje pakken. “Waar is ze gevonden, waar is ze nu?” “We hebben haar gevonden in de straat bij de Morspoort in het centrum van Leiden en we zitten nu met haar bij mij broer in de Morsstraat.” Ik schrijf het nummer op en kijk naar Nathalie. Zij knikt bevestigend op mijn onuitgesproken vraag waar het is en hoe we er snel kunnen komen. “We komen meteen!” Ik kijk achterom om te kijken of de kattenreismand nog steeds in de auto staat, die staat er gelukkig nog, we rijden vlot naar Leiden. Zou het kunnen? Zou het echt Rose kunnen zijn?
In de Morsstraat aangekomen is het het juiste nummer zoeken. Ja we zijn er bijna. Kijk, de dierenambulance! In een flits begrijp ik het, het is Rose! Haar chip is uitgelezen en toen kon ik gebeld worden. De deur gaat open en we lopen mee naar de bovenwoning, daar ligt Rose in een stoel, ze is er niet goed aan toe, ik laat haar mijn hand ruiken en ik voel de golf van herkenning, die door haar heen gaat. Mijn mens is terug en bij me! Ze mauwt en heeft pijn. Ze heeft een wond aan haar rechter achterpoot en ze kan haar achterpoten niet gebruiken. Inmiddels praat Nathalie met de man van de dierenambulance, die vertelt dat Rose er slecht aan toe is en dat ze dringend naar een dierenarts moet. Er wordt gebeld en we kunnen meteen terecht bij Marie-José, van de dierenartsenpraktijk in de Stevenshof. Ik geef de jonge mensen die Rose hebben gevonden vijftig euro als beloning. Echte helden, ze zagen Rose liggen, mauwend en wel, iedereen liep aan haar voorbij, zij niet, ze hebben Rose meegenomen naar het huis van een broer, die in de Morsstraat woont en daar de dierenambulance gebeld. Deze helden hebben zeker een beloning verdiend. Als ze in de toekomst weer een dier in nood zien, zullen ze zeker weer tot actie overgaan.

We zijn bij Marie-José in haar nieuwe dierenartsenpraktijk in de Stevenshof. Rose ligt op de behandeltafel op een warmtematje en tegen een warme kruik. Haar temperatuur was beneden de drieëndertig graden toen we binnen kwamen en is dat nog steeds. Ze heeft ook net een verwarmd infuus gehad, zo proberen we haar temperatuur weer omhoog te krijgen. Een kat heeft normaal een temperatuur van ongeveer negenendertig graden. Rose is dus nog steeds zwaar onderkoeld. Marie-José heeft al geconstateerd dat haar bekken waarschijnlijk gebroken is en dat er mogelijk meer aan de hand is. Het ziet er allemaal toch wel zorgelijk uit. Marie-José heeft net röntgenfoto's gemaakt met haar nieuwe digitale röntgenmachine en is deze op een grote monitor in de röntgenkamer aan het bekijken. Nathalie en ik zijn bij Rose, Rose kijkt ondanks alles nog wakker uit haar ogen en is blij dat de mensen die ze zo goed kent bij haar zijn. Marie-José komt terug uit de röntgenkamer en kijkt bezorgd. Niet alleen Rose haar bekken is gebroken, maar ook één van haar achterpoten is uit de kom geklapt. Dat klinkt vrij ernstig. Marie-José geeft uitleg: “Een gebroken bekken kan goed helen met benchrust, maar met een poot uit de kom moet ze echt naar een orthopedisch chirurg, dat wordt waarschijnlijk opereren.” Rose leest mijn gedachten mee. Benchrust is oké, maar een chirurg en opereren, daar heeft ze echt geen zin in. Ze laat haar kopje zakken en doet haar ogen dicht. We kijken alle drie verbaasd naar Rose. Ze zal toch niet?…Het lijkt er wel op, ik voel dat ze uit haar lijfje trekt, ook haar ademhaling wordt oppervlakkig. Marie-José neemt nog een keer de temperatuur, nog steeds niet meetbaar. Ik vraag Marie-José wat haar observatie als dierenarts is en ze bevestigt wat ik al voel, het lijkt er op dat Rose aan het overgaan is... Nadat Rose zich steeds verder uit haar lijfje terug trekt vraagt Marie-José wat wij willen. Nathalie en ik zijn eensgezind, een natuurlijke overgang. We hebben dat eerder meegemaakt met twee van onze katten. Als je kat opstapt is dat toch wel de mooiste manier, mits een kat geen ondraaglijke pijn heeft. Marie-José staat helemaal achter onze keus, we kunnen gewoon bij haar in de praktijk blijven met Rose, dat is voor haar geen probleem. Dierenartsen kunnen echte helden zijn. Marie-José schakelt het warmtematje uit en we halen ook de warmtekruiken weg om de overgang voor Rose zo gemakkelijk mogelijk te maken, haar hartje klopt nog sterk, het overgaan zal nog een poosje duren. Uiteindelijk tilt Rose haar kopje op, doet haar ogen open en kijkt mij recht aan. Ik heb vaker gehoord, dat zowel mensen als dieren vlak voor het overgaan nog een heel helder moment kunnen hebben. Ik kijk Rose recht in haar ogen en aai haar. “Het is oké meid, het was kort, maar we hebben samen een mooie tijd gehad gedurende de anderhalf jaar die je bij me was. Het is oké, als jij niet meer wilt mag je opstappen en zie ik je weer terug als kitten zodra jij en ik daar klaar voor zijn.” Rose kijkt mij diep aan en dan...dan krabbelt ze op. Ze probeert op haar voorpoten te gaan staan... We kijken alle drie verbaasd naar Rose en naar elkaar. Marie-José pakt een thermometer, ze wil weten wat er aan de hand is. Rose haar temperatuur is aan het stijgen. Drieëndertig vier en een kwartier later drieëndertig acht! “Dit kan ik niet meer verklaren” zegt Marie-José “Dit is de tweede keer deze maand, dat er hier zoiets gebeurt.” We zijn alledrie heel blij dat Rose weer terug komt. Alle tekenen van overlijden waren er, ik voelde ze, Marie-José zag ze. En dan toch komt ze weer terug, het was duidelijk haar tijd nog niet. Marie-José schakelt snel het warmtematje weer in en maakt nog een warme kruik. We besluiten om Rose veilig bij haar de nacht door te laten brengen in een van de kattenverblijven.

Ik ben net wakker als de telefoon gaat. Het gaat goed met Rose. Het warmtematje moest zelfs uit omdat Rose in haar verblijf lag te hijgen. De temperatuur is goed, rond de negenendertig graden. Marie-José vraagt wat we willen doen. “De orthopeed, zoals we besproken hebben.” Er is nog even overleg met onze eigen dierenarts en dan belt Marie-José de orthopedische praktijk in Den Haag. We kunnen er meteen terecht, we stappen in de auto, halen Rose op bij Marie-José en rijden naar Den Haag.
Rose blijft in eerste instantie een volle week in Den Haag. Niet alleen haar bekken is gebroken en haar heup is uit de kom, maar na het weekend blijkt dat de huid van de lelijke schaafwond op haar rechterachterpoot aan het loslaten is. Die wond is hierdoor de grootste zorg. Gelukkig heeft dokter How hier ervaring mee en verzorgt de poot van Rose vakkundig. Na een week kunnen we Rose ophalen, haar poot zit stevig in het verband.


Rose is blij dat ze weer in haar vertrouwde omgeving is en wij zijn blij dat Rose weer bij ons is. Vanaf dat moment gaan we elke week met Rose op controle in Den Haag. We hebben inmiddels twee maal hechten en vijf wekelijkse controles inclusief verband wisselen achter de rug, geduld is een schone zaak. Afgelopen week mocht Rose eindelijk zonder verband, maar wel met kapje op mee naar huis. Haar poot is nu verder aan het genezen en Rose begint er voorzichtig weer op te lopen. Haar beide achterpoten blijken goed te functioneren, opereren heeft geen haast en kan voorlopig uitgesteld worden. We hopen allemaal dat haar achterpoten zo blijven functioneren.

Toen Rose weer terug kwam zijn we helemaal voor het herstel van Rose gegaan en hebben daar al onze energie in gestoken en het heeft veel energie gekost! Maar we zijn heel blij dat mijn zielemaatje Rose er weer bovenop aan het klauteren is en steeds verder aan het genezen is. We hopen dat ze goed herstelt en dat ze binnenkort zonder kapje, op vier poten door huis loopt. Zodra ze sterk genoeg is mag ze ook weer naar buiten, eerst aan een tuigje en daarna weer helemaal los, want Rose is een echte buitenkat!


We zijn dolblij dat Rose weer bij ons terug is en dat ze weer aan de beterende hand is. We zijn financieel bijna blut, en hebben al onze tijd en energie ingezet en dat was de juiste beslissing. We zouden dat meteen weer doen.

Bart (en Nathalie)

dinsdag 27 december 2011

Rory, de eerste kat van Annemieke

Aangezien mijn moeder al heeft uitgewijd over de katten die ik als kind heb meegemaakt (Miepje en Poes), zal ik een stukje schrijven over mijn eerste kat, Rory.
Mijn man en ik woonden in die tijd aan de overkant van het gevaarlijke water, in de buurt van de katbladbuurt. We mochten eigenlijk geen huisdieren van de huisbaas, maar toen een collega en haar vriend uit elkaar gingen en met spoed een tehuis zochten voor hun zes maanden oude poes, besloten we deze regel maar te negeren. Rory (toen nog Snoes geheten) is vernoemd naar Rory van de Gilmore Girls, waar we toen vaak naar keken. Ze had een mooie rode tekening (net als Iwan) en was slank en hoogpotig (haar oma was siamees – mogelijk had dat er iets mee te maken). Ze was enigszins van slag toen we haar gingen halen – ze had een schurfthekel aan autorijden (ging ook hyperventileren – heel zielig – ook later als we naar de dierenarts gingen of haar uit logeren brachten als we op vakantie gingen) en het was natuurlijk sowieso eng om als jong-volwassen kat ineens heel ergens anders te gaan wonen.
We lieten haar thuisgekomen maar even rustig verkennen en gingen een speeltje voor haar halen bij de dierenwinkel (die op de Oude Rijn). Thuisgekomen waren we haar kwijt – ze had zich onder een kast geperst (kast is ongeveer acht centimeter van de grond) en na lang zoeken zagen we twee bange kattenogen onder de kast. Na een paar uur overwon de nieuwsgierigheid het van de angst en ging ze op verkenning uit. Traplopen was ze niet gewend (ze woonde op een flat). De eerste keer ging het wat onwennig, maar als snel ging het rap op en af. Het nieuwe speeltje werd een favoriet – het was zo’n muis die “piep” zei als je hem bewoog en hij zat aan een stuk elastiek. We hadden de constructie aan de deur gebonden – ze kon hier uren mee spelen. Spelen met ons (haar mensen) vond ze ook erg leuk. Rory was heel slim – ze kon zelf deuren openen, als je met haar speelde met een laser lichtje, had ze al snel door dat ze de laserpen moest aanvallen in plaats van het lichtje en ze klom overal op – ook op hoge kasten op onnavolgbare manieren.
Rory was ook heel lief en voelde altijd precies aan als je niet blij, of ziekig was en ging dan op schoot (deed ze anders nooit) of in bed (onder de dekens). Een van haar favoriete plekjes was in de gordijnen – deze waren iets te lang, dus ze kon hier lekker in/onder/op liggen in een zelfgemaakt holletje. Na ongeveer een half jaar konden we een goedkoper en groter huis (flat) huren in de Merenwijk en gingen we dus verhuizen. Rory was toen zwanger van wijlen Loki (rode kater van mijn ouders). Het grappige is dat vanaf het moment dat ze zwanger was ze ineens graag op schoot kwam bij ons. Gelukkig was de verhuizing nog voor de bevalling en kon ze zich anderhalve week het nieuwe huis eigen maken. 
Toen ik op een woensdag thuis kwam stond Rory in de keuken te draaien en niet lang daarna braken de vliezen (gelukkig ook in de keuken waar zeil lag). Een uurtje later werd Pieper geboren onder het bed en niet veel later Tijgetje en om acht uur Elrond en nog twee uur later Iwan en Bram. Rory was de hele nacht in touw met het schoonlikken van het kroost en zichzelf. Toen ze ’s ochtends even wegging om te eten en naar de bak te gaan kwam ze op bed liggen zoals ze gewend was (het kroost lag onder het bed). Al snel begon het kroost te piepen en hadden we een mooie blik van verstandhouding met haar “O ja, da’s waar ook” en ging ze plichtsgetrouw naar haar kittens.
De kittens werden groot en drie vonden een anders huis. Pieper en Elrond bleven – Rory was hier natuurlijk niet helemaal blij mee (zie het ongenoegen dat mevrouw Troy ook vaak uit over dit onderwerp), maar tolereerde Pieper en Elrond wel. Weer een paar jaar later kregen we een nieuwbouw huis in Hoofddorp en moest het hele spul dus verhuizen. Een huis met een tuin, dus ze zouden eindelijk naar buiten kunnen (iets dat Rory heel graag wilde, maar niet kon op de flat). Na een paar weken acclimatiseren in het nieuwe huis, mocht Rory voor het eerst in de tuin (Elrond en Pieper hadden hier minder behoefte aan). De eerste paar keer ging het goed: na een paar minuten rondscharrelen kwam Rory weer netjes naar binnen. Echter, op een avond bleef ze langer weg – kwam niet terug voor eten en was na een paar uur nog steeds niet terug. We hebben gezocht, folders uitgedeeld, briefjes in de bus gedaan, foto’s aan lantarens geplakt en meldingen gedaan bij dierenartsen in de regio en in Leiden – maar we hebben haar nooit meer teruggezien. Ze had een chip, en we hebben (gelukkig) nooit bericht gehad dat ze ergens dood langs de weg lag. We hopen dat ze ergens in de buurt een ander huis gevonden heeft (bijvoorbeeld nadat ze na het oversteken van een grote weg, de weg naar huis niet meer wist), maar zeker weten doen we het natuurlijk niet. 
Rory heeft nog steeds een speciaal plekje in ons hart – als eerste kat en stiekem hoop ik haar nog een keer tegen te komen in de buurt…

Annemieke

Bacchus, de eerste kat van Hans

Thuis mochten we geen honden of katten hebben; mijn vader hield niet van honden en katten, mijn moeder niet van katten. Vreemd genoeg hebben veel van mijn broers en zussen altijd huisdieren gehad. Het ouderlijk huis stond wel vol met terraria en aquaria. Mijn moeder had een aquarium en mijn oudste broer en ik terraria met van alles en nog wat, alleen slangen waren niet toegestaan.
Maar mijn grootste wens was toch een kat te bezitten, en toen ik op kamers ging wonen moest en zou ik er één hebben. Nog voor ik de kamer had, kreeg de kat van een van mijn studievrienden een nest jongen. Dus toen was het opeens haasten geblazen met die kamer!
Het werd uiteindelijk een rood katertje dat zijn jeugd in een paradijs doorbracht, namelijk boven de slagerij van Van der Zon. Ik had hem Bokma willen noemen, maar mijn vriendin vond dat geen goed idee. Haar broer verzon toen als compromis Bacchus. Ik heb in het verleden al veel over hem geschreven in de Katblad bijlagen. We waren heel dikke maatjes en toen hij doodging, op de gezegende leeftijd van negentien jaar raadden al mijn kattenvrienden me af om weer een rode kater te nemen, want die zou altijd in de schaduw van Bacchus hebben moeten staan…..
Zijn eerste levensjaar woonde hij op de Hogewoerd 44, toen een Catenahuis, nu een Minervameisjes huis, ‘ Huize Garfield’ . Heel toepasselijk, de meisjes schilderen keer op keer een andere Garfield op de voorruit.
Bacchus kon in dat huis niet verder dan de daken, maar een keer was hij naar beneden gesprongen of gevallen en zat hij me met een geschaafde neus bij de voordeur op te wachten. Toen ik naar de Nieuwe Rijn verhuisde kon hij lekker over de daken de Burcht op. Op een gegeven moment vroeg de vader (de slager van beneden) van mijn studievriend of ik hun kat wilde overnemen, waarom weet ik niet meer, ik geloof dat een van de vele Van der Zon-kinderen allergisch was geworden. De kat was een cyperse poes; ze heeft drie nestjes voortgebracht en na het derde nest heb ik haar laten steriliseren. Of ze dat nou niet “leuk” vond weet ik niet, maar vlak daarna verdween ze opeens en ik heb haar nooit meer teruggezien, hoewel ik wel een kat ooit achter een ruit om de hoek heb zien zitten die sprekend op haar leek….
Bacchus vond het niet zo erg dat zij verdween, hij kon niet zo goed met haar overweg. Later kwam Zwarte Poes erbij, waar u ook reeds over hebt kunnen lezen. Ook Zwarte Poes en Bacchus werden geen dikke vrienden, maar ook geen vijanden. Als Zwarte Poes iets te dicht bij Bacchus kwam, kon hij (het was ook een kater) een lel verwachten.

Ik heb twee keer Bacchus zijn verjaardag gevierd, toen hij vijftien werd en toen hij achttien werd. Op zijn vijftiende kreeg hij een mooi geborduurd slabbetje. Dat slabbetje droeg hij ook op zijn achttiende verjaardag. Op de foto is een van mijn vrienden zijn verjaardagscadeautje aan het bereiden, een wijting!
Bacchus is heel gezond gebleven tot een half jaar voor zijn dood, toen ging het snel bergafwaarts en heb ik hem met spijt in mijn hart, maar dankbaar voor al die jaren vriendschap, in moeten laten slapen.












Hans

zondag 25 december 2011

Vlekkie, de eerste kat van Katja

De eerste kat die ik mij echt kan herinneren was Vlekkie. Vlekkie was 'mijn' poes. Ze was een lapjeskat, met veel zwart/schildpad-tekening, maar ook een paar echte witte en lichtrode 'lapjes'. In die tijd duidden wij elk dier met 'hij' aan, nooit met 'zij'. Dus in mijn herinnering denk ik aan Vlekkie als 'een 'hij', terwijl ik 't nu raar vind dat op te schrijven over een lapjeskat. Wel was ik me (een jaar of vijf, zes oud) al heel goed bewust dat Vlekkie een poes was en geen kater. Onze Vlekkie was 'gesteriliseerd' en ik was toendertijd heel trots dat ik wist wat dat betekende. Voor deze Vlekkie hadden we nog even een andere Vlekkie gehad, maar daar is mij niet veel van bijgebleven - ik was toen pas vier - behalve het nestje dat die eerste Vlekkie had gehad. Dat zat er bij 'mijn' Vlekkie dus niet meer in.
Vlekkie was geen schootkat, wat ik wel erg jammer vond. Als ik haar optilde begon ze meestal te brommen. Gelukkig kon ze wel erg genieten van aaien, als we haar ondertussen maar gewoon lekker op de vensterbank lieten zitten. 
Toch kon ik erg veel met haar doen, zoals je kan zien op deze foto, waar ze er toch redelijk ontspannen bij ligt. De verkleedpartij was voor een of ander feest op school, dat jullie niet denken dat ik er altijd zo bij liep. Toch geeft het wel redelijk de 'obsessie' die ik toendertijd al met katten (of in ieder geval Vlekkie) had, aan. Ik heb Vlekkie ook talloze malen vereeuwigd, in tekeningen, 'gouaches' (zie boven) en ook in beeldjes van echte klei (mijn ouders hebben nog steeds een brokkelig - want niet gebakken - beeldje staan wat ik op achtjarige leeftijd maakte).
Misschien dat dat gebrom van haar vooral wat te maken had met dit soort gezeul en gesjor van mijn zusje en mij. Ook kregen wij op een gegeven moment een andere poes er bij, Lette, die werd 'van mijn zusje'. Vlekkie was niet zo dol op Lette en zat steeds vaker op de stoep bij een mevrouw op de hoek van de straat 'heel zielig te wachten' op een bakje eten. En daar bleef ze dan zo'n beetje de hele tijd op de stoep rondhangen tot die mevrouw haar 's avonds oppakte en thuis kwam brengen. Vlekkie rook dan helemaal naar parfum, wat ik toendertijd nog het ergste vond. Dit is een aantal jaar zo doorgegaan. Mijn moeder heeft die mevrouw heel vaak proberen te overtuigen dat Vlekkie thuis echt genoeg te eten kreeg, maar het wilde niet echt doordringen.
Vlekkie werd een hele dikke poes en het laatste jaar van haar leven had ze ernstige suikerziekte (wat toendertijd bij dieren nog niet echt behandeld werd met insuline): ze at toen ongeveer een groot blik kattenvoer per dag (en werd desondanks steeds magerder) en dronk minstens een halve liter water (mijn moeder had een kattenbak gemaakt die 'afwaterde' omdat één keer per dag nieuw grit niet meer voldoende was). Dit was op het laatst voor haar geen katwaardig leven meer, en we hebben haar toen laten inslapen. 
Ze is zestien jaar geworden (maar op deze foto was ze nog piepjong ).
Katja

Nebukad(t)nezar, de eerste kat van Inge

In memoriam: Nebukad(t)nezar
Ik was 6 jaar toen er zomaar opeens een poes verscheen in het flatgebouw waarin ons gezin woonde, hongerig en bang. Ik mocht haar gelukkig eten geven: worst en melk!
Na weken zeuren (mijn ouders waren stellig in hun “nee”) mocht ze uiteindelijk toch bij ons komen wonen. Omdat zij al een flinke poes was vroeg ik een oudere buurjongen haar bij ons binnen te brengen.
De poes was doodsbang en kroop onder onze bank. Daar heeft zij wel een jaar lang de meeste tijd doorgebracht. Omdat mijn ouders nooit eerder een poes gehad hadden en ook helemaal geen idee hadden van de verzorging of naamgeving, werd zij na lang beraad “Nebukadtnezar” genoemd.

Nebukat, zoals zij al snel genoemd werd, was een prachtige, glanzende, zwarte poes met witte bef. Zij liep graag over het randje van het kozijn van het raam (wat mijn moeder ’s morgens opende om de stofdoek uit te slaan) naar het balkon. Dat ging altijd goed, op één keer na toen zij twee verdiepingen naar beneden viel. Gelukkig mankeerde ze niks!
Nebukat heeft in haar leven bij ons vele andere dieren leren kennen. Zij tolereerde andere katten (die later door mijn moeder en mij eerst stiekem binnengesmokkeld werden, maar dan toch weer erg welkom waren), marmotten, hamsters en een konijn. Het konijn - wat eigenlijk een dwergkonijntje zou moeten zijn volgens zijn vorige eigenaar - bleek na een paar maanden toch echt een Vlaamse reus. Knabbel gebruikte de kattenbak en was dol op Nebukat. Zij vond het goed dat hij haar volgde, maar wanneer hij te dichtbij kwam zette ze haar poot op zijn neus: tot hier en niet verder!

Wat me ook goed is bijgebleven van haar, is hoe dol mijn vader op haar was (“nee ik hou niet van katten”, bleef hij volhouden bij iedere kat die bij ons kwam), en zij op hem! Wanneer hij ‘s avonds in zijn luie stoel zat lag zij boven op hem en likte zijn oor. Iedere avond!

Ik kan zoveel verhalen over haar vertellen; ze is 23 jaar geworden.

Vandaag herdenk ik onze Nebukat, maar ook mijn vader…

Inge